Disciplines
Rechtuitrollen
Het rh?nrad wordt op beide hoepels rollend voortbewogen. De denkbeeldige verbindingslijnen van het raakvlak van de hoepels en de grond geven twee rechte parallel lopende lijnen. Het denkbeeldige radmiddelpunt voert daarbij een rechtlijnige beweging uit. Deze translatiebeweging wordt overlapt door een rotatiebeweging van het om het radmiddelpunt rollende rad.
De turner bevindt zich daarbij binnen het rad of op het rad en zorgt door (overeenkomstige) verplaatsing van het lichaamszwaartepunt voor een vaartvermeerde-ring of -vermindering van het rad. 
Voor deze verplaatsing van het lichaamzwaartepunt (afgekort: LZP) is het "vertikaalvlak (loodrecht op de grond) door de denkbeeldige radmiddel as" (kort gezegd: vertikaalvlak) m.b.t. belangrijk.
Wordt het LZP uit dit vertikaalvlak bewogen, dan bestaat een versnelling, die een horizontale beweging van de radmiddelas in de overeenkomstige richting bewerkstelligd. Deze beweging wordt sterker versneld, naar mate het LZP zich verder van het vertikaalvlak verwijdert. Komt het LZP weer terug in het vertikaalvlak, dan blijft de radmiddelas in een gelijkvormige beweging. Wordt het LZP naar de andere kant van het vertikaalvlak teruggevoerd, dan wordt de radbeweging geremd (dat heet negatief versneld). Het rad wordt sterker geremd, naar mate het LZP verder van het vertikaalvlak verwijderd wordt (vaartverlies door wrijving worden niet in acht genomen).
Spiralen
Het rh?nrad wordt op een hoepel rollend voortbewogen. De denkbeeldige verbindingslijn van het raakvlak tussen hoepels en grond beelden een (bijna) cirkelvormige baan.
Ook het radmiddelpunt beschrijft een (bijna) cirkelvormigebaan. Deze cirkelbeweging van het radmiddelpunt wordt door een andere rotatiebeweging overlapt, diegene die om de radmiddelas rollende rad wordt uitgevoerd. 
De turner bevindt zich daarbij in het rad en zorgt door een overeenkomstige LZP- verplaatsing voor de radbeweging.
Belangrijk is daarbij - overeenkomstig als bij het rechtuitrollen - een beweging uit het vertikaalvlak (door de denkbeeldige radmiddelas), dat een versnelling of remming bewerkstelligd.
Door versnelling wordt de rolsnelheid van het rad verhoogt. De daarmee samenhangende verhoging van de middelpuntvliedende kracht bewerkstelligt een vergroting van de op de bodem beschreven cirkelbaan en de hellings-hoek. Voor de hellingshoek is het zwaartepunt van de gezamenlijke systemen (turner plus rad) belangrijk. Zijn verbindingslijn met het (voortdurend wisselende) raakvlak van het rad en grond bepaald met de grond de hellingshoek.
Daar bij spiralen (meer als bij rechtuit rollen) vaartverlies door wrijving optreedt, is om dit op te heffen nog een kleine versnelling nodig om het rad in een gelijkvormige cirkelbeweging te houden. In de "kleine spiraal" worden nog grotere krachtsinspanningen gevraagd. Door wisselend omhoogtrekken en neerduwen van bepaalde rad-delen worden aanvullende impulsen gegeven, die de door wrijving afnemende beweging of in gang houden of weer versnellen, zo dat ook het overeind komen van het rad mogelijk is. In de grote spiraal is de doorsnede van de op de grond beschreven cirkelbaan groter dan de raddoorsnede en de hellingshoek van het systeem boven de 60?, in de kleine spiraal is de baandoorsnede kleiner dan de raddoorsnede en de hellingshoek kleiner dan 30?
Sprong
De turner zet het rad in beweging, neemt een aanloop, komt op het rad en maakt een afsprong naar keuze. Dit moet een sprong zijn uit de internationale sprongtabel.
|